'Te Deum' van Marc-Antoine Charpentier
M.-A. Charpentier (1643-1704)
Uitgevoerd werk op 28 april 2013 als onderdeel van het koningsconcert: Te Deum in D-groot voor koor, solisten en orkest
Een 'Te Deum' is een liturgische hymne ter verheerlijking van God. De benaming verwijst naar de eerste twee woorden van de Latijnse tekst 'Te Deum Laudamus' ('Wij prijzen U, o God'). De lofzang werd al in de 6de eeuw in het kerkelijk getijdenboek opgenomen en dateert mogelijk al uit de 4de of 5de eeuw.
De hymne is opgebouwd uit drie delen:
- Het eerste deel is een christelijke stilering van de oudtestamentische verheerlijking van Jahweh. De woorden zijn gericht tot God de Vader. Het kerngedeelte is ontleend aan het zesde hoofdstuk van het boek Jesaja waar serafs elkaar toeroepen: 'Heilig, heilig is de Heer van de hemelse machten'. De laatste drie strofen in het eerste deel van Charpentiers' hymne vormen een lofprijzing op de Drieëenheid: Vader, Zoon en H. Geest.
- Het tweede deel bestaat uit een litanie van Christusbelijdenissen en beden om hemelse bijstand.
- Het derde deel is gericht tot de Heer ‘Domine’, maar niet expliciet tot Vader, Zoon of H.Geest. Het zijn smeekbeden om ontferming. De eerste vier strofen zijn ontleend aan de verzen 8 en 9 van Psalm 28. Daarin verkeert de roep om hulp in een geloofsbelijdenis met de lofprijzing 'De Heer is de kracht van zijn volk, een burcht van redding voor zijn gezalfde'.