George Stam (1905-1995)

Het koor herrijst
Nog in 1945 doen de bestuursleden Talsma en Van Wijk het koor herrijzen.  George Stam  wordt als dirigent benoemd. Het eerste concert na de oorlog  vindt plaats op 8 maart 1946, uitgevoerd wordt  het Requiem van Mozart. Daarop volgt  Die Jahreszeiten.  Maar dat wordt pas in 1948 uitgevoerd, mogelijk door matige vorderingen van het koor. Het bestuur kondigt aan dat ‘wie meer dan drie keer een repetitie verzuimt, niet aan de uitvoering mag deelnemen’. Er is bovendien een schromelijk tekort aan mannenstemmen. Alten en sopranen wist Stam altijd wel voor zich te winnen…

Het Wilhelmus
Naast dirigent was Stam organist en componist.  In deze laatste hoedanigheid  bewerkte hij de 15 coupletten van het Wilhelmus voor koor en twee piano’s.  Hij dirigeerde behalve diverse koren de  Ljouwerter Orkest Foriening, het latere Frysk Orkest.  Van al zijn activiteiten kreeg hij de grootste bekendheid als organist in Leeuwarden.

Friesland
Zijn loopbaan in Friesland heeft 18 jaar geduurd.  In die periode heeft hij in het noorden veel betekend als organist en dirigent: hij was de inspirator die na de oorlog het muziekleven weer op gang bracht.  Daarbij dreef hij zijn omgeving geregeld tot wanhoop. Als organist in Leeuwarden bleef hij maar eisen stellen aan de kerkbesturen 
inzake de diverse orgels. Eisen die varieerden van dispositie-wijzigingen tot een compleet nieuw pedaalklavier; en van verwarming bij het orgel tot het plaatsen van een luidspreker, en wat te denken van het verzoek om in de winter de orgelstemmer elke week maar te laten komen…

Utrecht
Zijn laatste concert als dirigent van Toonkunst  Heerenveen is in 1949 ‘Das Lied von der Glocke’ van Max Bruch, met de later wereldberoemde bas Guus Hoekman. Koor en solist krijgen een goede recensie.
 Stam neemt ontslag als hij in datzelfde jaar een aanstelling krijgt als directeur van het Conservatorium te Utrecht. Dat komt hem goed uit, want tussen hem en het Frysk Orkest botert het niet. De geboren Rotterdammer is weer terug in de Randstad. 

Rotterdam
Hij wordt in Rotterdam benoemd tot cantor-organist van de Laurenskerk. Daar weet hij zich onmogelijk te maken door Louis van Dijk te verbieden op 'zijn' orgel te concerteren. Het kerkbestuur accepteert zijn gedrag niet langer, Stam wordt ontslagen.
Tekenend voor zijn karakter  is de dialoog tussen hem en niemand minder dan Albert Schweitzer, toen deze in 1952 het orgel van de Pieterskerk in Leiden bespeelde.  Stam tot Schweitzer: “Meneer Schweitzer, u speelt de werken van Bach veel te langzaam."  Schweitzer tot Stam: "Herr Stam, mogelijk speel ik de werken van Bach te langzaam, het is echter zeker dat u ze te snel speelt."

Bronnen: TKKH archief Reina Wijbenga, www.organumfrisicum.nl

 

Onze sponsors:

Login voor leden

Als lid van het Toonkunstkoor hebt u toegang tot het besloten deel van de website. U kunt hieronder inloggen met deze gegevens.