Op zondag 30 oktober 2011 hebben we de Petite Messe Solennelle van Rossini uitgevoerd in RK-kerk in Heerenveen.

Uitvoerenden:
Claudia Patacca, sopraan
Myra Kroese, alt
Aart Mateboer, tenor
Pierre Mak, bas
Fedde Tuinstra, harmonium
Jan van Liere, vleugel
dirigent Pauli Yap, algehele leiding

Inleiding tot het concert
Velen zullen bij de naam ‘Rossini’ eerder aan opera denken dan aan geestelijke muziek. Geen wonder, want al tijdens zijn leven had hij een zeer groot publiek voor zijn 39 opera's. Deze keer is een mis van hem aan de beurt. Denk niet aan ingetogen muziek: Rossini heeft er een feestelijk gebeuren van gemaakt met zeer expressieve fuga's.


G.A. Rossini  (1792-1868)

De componist
Gioacchino Antonio Rossini werd op 29 februari 1792 in Pesaro geboren. Zijn vader was naast slachthuiscontroleur, stedelijk trompetter; zijn moeder was operazangeres. Hij kreeg zijn eerste muzieklessen van zijn vader.  Hij was een typisch ‘jong talent’, want met zijn veertiende was hij al repetitor, begeleider en zanger bij operagezelschappen overal in Italië. In 1810 (hij was dus pas 18) kreeg hij al de opdracht een opera te componeren.
In een periode van nog geen twintig jaar (1810-1829) componeerde hij 39 opera’s, waarvan “De barbier van Sevilla” wel de meest bekende is geworden. Hij verwierf in 1816 een contract om per jaar twee opera’s te componeren.
Zijn opera’s worden niet gekenmerkt door de sterke verhaallijnen, maar door de heerlijke muziek. Typische romantiek,  met een onnavolgbaar gevoel voor het tragische. In 1822 vertrok hij na de laatste opera voor zijn Italiaanse publiek geschreven te hebben (Semiramide), naar Londen. In 1824 vestigde hij zich in Parijs en leidde aldaar het Théâtre Italien. Zijn laatste grote theaterstuk, Willem Tell, schreef hij in 1829, daarna componeerde hij nauwelijks meer. Wel verschenen nog enkele geestelijke werken, zoals het Stabat Mater en de Petite Messe Solennelle (in 1863).

In 1822 huwde hij met de sopraan Isabelle Colbran, van wie hij in1837 scheidde. Later kreeg hij een relatie met Olympe Pélisier, met wie hij in 1846 in het huwelijk trad. Deze huwelijken met gewezen maîtresses van vermogende edellieden hebben hem een fortuin opgeleverd. Na 1850 kwam hij door een slechte gezondheid niet meer aan veel werken toe. Op 13 november 1868 overleed hij in Passy, tegenwoordig een stadsdeel van Parijs.

De verhalen
Van Rossini gaat het verhaal dat hij heel erg lui was. Hij zou altijd in bed liggend gecomponeerd hebben, en als er al eens een blad muziek op de grond viel zou hij liever op een nieuw blad overnieuw beginnen dan het gevallen blad van de grond oprapen.

Rossini schijnt ook heel graag achter het fornuis gestaan te hebben. Hij was bepaald een gastronoom.
‘Zeg nou zelf, vormen eten en liefhebben, zingen en spijsverteren nou niet de vier bedrijven van de komische opera die men 'leven' noemt, een leven dat verschraalt als het schuim dat langs een fles champagne loopt’, schreef hij.

Une Petite Messe Solennelle
De graaf en gravin Pillet-Will richtten in hun woning een huiskapel in. Die moest worden ingewijd. Daarvoor vroegen ze hun vriend Gioacchino Rossini een feestelijke mis te componeren. Hij deed dat. Maar hij had wel een opdracht met beperkingen gekregen. Want het was inderdaad een ‘huiskapel’ en ruimte voor een orkest en een groot koor was er niet. Vandaar de kleine bezetting van twee piano’s, harmonium, vier solisten en een dubbelkwartet.
Een kleine bezetting dus voor een grote, plechtige mis: 'petite' houdt hier derhalve verband met de bezetting, niet met de omvang. De eerste uitvoering,  tevens  inwijding van de kapel, werd een groot succes. Zo groot, dat Rossini ook een orkestbewerking van zijn mis maakte. Maar deze is nooit zo populair geworden als de oorspronkelijke ‘petite messe’. 

Over ‘de mis’
Wat is een ‘Mis’?  Voor de niet-katholieken volgt hier een korte uitleg. De samenkomsten van de Christelijke gemeenten kennen van oudsher een vaste orde van dienst. In elke dienst zijn er handelingen die door een vaste formulering begeleid worden. Naast deze ‘vaste’ bestanddelen van de orde van dienst zijn er ook wisselende bestanddelen, zoals liederen, lezingen uit de Bijbel en gebeden. Niet elke zondag is hetzelfde: met Pasen worden natuurlijk andere liederen gezongen dan met Kerst. 
De vaste bestanddelen van een dienst kunnen sprekend ten gehore worden gebracht, maar in een grote kerk en zeker toen er nog geen geluidsversterking was, kun je ze zingend gemakkelijker hoorbaar maken. De op toon gezette vaste onderdelen van een kerkdienst noemt men nu een ‘Mis’, al heet in de volksmond de hele kerkdienst 'Mis'.

 



Onze sponsors:

Login voor leden

Als lid van het Toonkunstkoor hebt u toegang tot het besloten deel van de website. U kunt hieronder inloggen met deze gegevens.